The story of my life

Kees Breed in 1993 als hij aan zijn autobiografie begint:
'Ik vertrouw dit werk toe aan speciale engelen: een muze die amuseert; een gids die me leidt; een licht dat me bijschijnt; en een motivator die me voortstuwt tot het klaar is. Ik heb een nieuwe ballpoint gekocht, omdat de oude leeg is. De nieuwe pen is gewijd aan een engel met de naam Joy: vreugde. Hoewel niet alles in mijn leven vreugdevol was, kunnen we er wel het beste van maken.
Kom, laten we beginnen en zien wat er gebeurt.'

Terug in de tijd

De jeugdjaren

'Ik lag in de woonkamer en keek vanuit mijn bed naar buiten; naar mijn spelende broers en ook naar de veranderende weersomstandigheden. Ik zag gezichten op muren en ruiten, in het struikgewas en zelfs in de wolken. Later hoorde ik dat ik een nieraandoening had gehad.'

'De lagere school werd gerund door broeders en stond wat verder van huis, bij de stadswallen. Het was een jongensschool voor kinderen uit de gegoede middenklasse. Bij ons in de straat hadden de broeders ook een school, maar die was voor mensen uit de lagere klasse. Je werd voorbereid op de eerste heilige communie. De kapelaan kwam op school catechismusles geven. Eigenlijk wist hij er niet zo veel van; de broeders zouden het beter hebben gedaan.'

  • Gideons bende: eerste schreden als uitgever
  • Tijdverdrijf
  • En vooral schilderen

Jaren 40 en 50

Naar Mill Hill

Kees gaat naar het kleinseminarie van Mill Hill in Hoorn, omdat hij graag naar de missie wil. Hij is onzeker maar vol godsvrucht. Hij vervolgt zijn Mill Hill-opleiding op kasteel Aldenghoor in het Limburgse Haelen: ‘De gelukkigste tijd van mijn leven’. Hij ontdekt er zijn talenten: schrijven, toneelspelen, tekenen, kijken naar kunst. In vakanties thuis in Alkmaar heeft hij meer dan eens contact met schilders als Koos Stikvoort, Henk van den Idsert en Matthieu Wiegman, die later tot de Bergense School behoren. De oorlog breekt uit en versnelt de volwassenwording. Zelf schildert hij in een soort atelier op zolder.

Reizen: Rome, Filipijnen, e.v.a.

De Missie

Begin jaren vijftig kan hij eindelijk op missie. Naar de Filipijnen. Zijn aantekeningen veranderen van aard en stijl. Hij laat de chronologische weergave schieten en kiest voor een thematische invalshoek. Twee thema’s springen eruit. De Sociale Actie om de plaatselijke bevolking van armoede te bevrijden, opgetuigd in een organisatie die NASSA heet en waarin hij als secretaris veel lief en leed meemaakt. En het blad Impact, dat decennialang verslag doet van vooral de Sociale Actie, maar ook van andere sociale en kerkelijke aangelegenheden. Verder heeft hij een coöperatieve kredietunie opgezet om arme boeren vooruit te helpen. Deze inmiddels redelijk grote kredietunie bestaat nog steeds!


Dat alles lardeert hij, bondig schrijvend, met verhalen over vriendschappen, onenigheden, reizen, tentoonstellingen, vergaderingen, congressen en persoonlijke gebeurtenissen. Zoals een dramatisch auto-ongeluk waarbij een oude man om het leven komt, de dood van zijn huishoudster Demit, die hem smartelijk treft, en het bezoek van zijn zus Ellen, die twee jaar blijft en die hij vaak schildert.

Van autoriteit moet hij niets hebben.
Het is daarom verklaarbaar dat hij schildert. Dan is hij los van elke zeggenschap van een ander. Heeft hij zelf het heft of - beter - het penseel in handen. Dan bepaalt híj wat er op het tableau des levens verschijnt

© Dutch Master Painters All rights reserved.